Zo meet je je balkon op
- Breedte = de lengte langs de reling, van links naar rechts. Meet van paal tot paal of van muur tot muur, op drie hoogtes, en neem de kleinste maat.
- Hoogte = van de bovenkant van de leuning naar beneden, tot de onderregel of de vloer.
- Houd aan alle kanten een paar centimeter over om het doek strak te kunnen aantrekken.
- Een geweven doek legt een langere weg af dan de rechte breedte. Meet daarom met een touw.
- Vlecht het touw om en om door de spijlen, precies zoals het doek straks loopt. Licht aantrekken, niet te strak.
- Markeer het eindpunt, leg het touw recht en meet het met een rolmaat. Dat is je breedte.
- De hoogte meet je gewoon recht van de leuning naar beneden.
- Meet nooit recht van hoek naar hoek – dan kom je tekort.
- Leg een touw langs de reling, aan de kant waar het doek komt (binnen of buiten), en volg de bocht.
- Markeer begin en eind, leg het touw recht en meet het: dat is je breedte.
Twijfel je? Stuur ons een foto met je maten, dan kijken we mee. Of lees de volledige meetuitleg.